Nieuwbouwzondag bij Re-Vive

Nieuwbouwzondag bij Re-Vive Nieuwbouwzondag bij Re-Vive

Lees meer

10 Good Practices om CO2-uitstoot te verminderen


 

Roxanne

gepost door
Roxanne Brys
Good Life Maker Re-Vive

Wat moet België verwezenlijken om, naar Zweeds voorbeeld, een fossiele-brandstof-vrij land te worden? De Klimaatkrant stelde de vraag aan Nicolas Bearelle, CEO van projectontwikkelaar Re-Vive. Als eerste Belgische bedrijf dat een B-Corp label kreeg, is Re-Vive de goede leerling van het CO2-reducerende ondernemerschap.

In 2009 richtten Nicolas Bearelle en Piet Colruyt Re-Vive op. Het bedrijf hanteert een integrale, holistische benadering van hele wijken of omvangrijke brownfields. Na nauwelijks zeven jaar kan de onderneming bogen op een omzet van een half miljard euro.

Wat kunnen we doen om op individueel, nationaal en ondernemingsniveau de CO2-uitstoot te verminderen? Nicolas Bearelle reikt De Klimaatkrant 10 must-do's aan, goede praktijken die de ontwikkelaar zelf succesvol hanteert.

#1 – Micro-grid op wijkniveau

Waar mogelijk legt Re-Vive op projectniveau een micro-hoogspanningsnet aan dat losgekoppeld is van het algemene netwerk. De nieuwste wijken die Re-Vive ontwikkelt, zijn vrij van fossiele brandstoffen, de onderneming zet alles in op elektrische stroom. Het hele net maakt gebruik van hernieuwbare energie die zoveel mogelijk lokaal geproduceerd en opgeslagen wordt. Zo ontstaat een collectief systeem waarbij de ontwikkelaar op wijkniveau zonnepanelen en geothermie voorziet. 'Hopelijk komen daar in de nabije toekomst kleine windmolens bij.'

Met een micro-hoogspanningsnet is het wel mogelijk alle toestellen aan elkaar te koppelen en behoeftes te detecteren om pieken in energiegebruik reduceren. Om dit te verwezenlijken is de prestatiecapaciteit van lokale productie van cruciaal belang om voldoende stroom te produceren en op een efficiënte manier op te slaan. Batterijen zijn helaas te duur, er wordt volop gezocht naar opslagalternatieven.

#2 – Geothermie in de stad

Ontwikkelen in een stedelijk gebied brengt beperkingen met zich mee. Windmolens plaatsen, is vooralsnog niet aan de orde. En ook met zonne-energie botsen we op bepaalde grenzen. Periodes waarin de zon minder schijnt en zonne-energie bijgevolg minder performant is moeten opgevangen worden.

Geothermie biedt een mogelijk antwoord op deze beperking. Met deze techniek kan energie gewonnen worden door gebruik te maken het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en diep in de aarde gelegen warmtereservoirs. 'Voor onze eigen kantoren -zowel het huidige als het nieuwe- werken we op geothermie. Afhankelijk van het seizoen  wordt er water voor voorverwarming of voorkoeling opgepompt van dieptes tot 90 meter.'

#3 – Innovatie integreren

Re-Vive deinst er niet voor terug nieuwe uitvindingen te testen. Het bedrijf heeft daarvoor een Chief Innovation Manager in dienst die nieuwe technologieën uittest, niet alleen in de kijkwoningen van Re-Vive, ook in zijn eigen huis!

Alle projectontwikkelaars zijn op hun manier bezig. Er is een werkgroep, geen denktank, maar een doetank, die -samen met externe ingenieurs en producenten- systemen opzet om na te gaan welke de beste benadering voor ieder project is. Die doetank gaat na welke mogelijkheden er op de markt zijn, hoe kostenefficiënt deze oplossingen zijn en hakt dan de knoop door om er gewoon voor te gaan.

#4 – Groenste stroom is geen stroom

Om aan de huidige energiebehoefte te voldoen is het nodig bestaande technologie efficiënter en goedkoper te maken en deze vervolgens te combineren met de verschillende vernieuwingen op de markt.

Toch blijft de belangrijkste stelling ‘de groenste stroom is die welke je niet verbruikt’. 'Energieneutrale woningen bouwen die nagenoeg geen energie nodig hebben, is beter dan huizen optrekken die veel energie nodig hebben en waar de bewoners groene stroom moeten aankopen,' meent Bearelle. De energievraag reduceren is de goedkoopste en vooral de groenste oplossing.

Voor Re-Vive is dat een haalbare kaart in hun woningen met energienorm E30-40 door rekening te houden met factoren als oriëntatie, compactheid en isolatie. Mits het plaatsen van bijvoorbeeld zonnepanelen verwezenlijkt Nicolas Bearelle met zijn team een officiële BEN-woning, oftewel een bijna energie-neutrale woonst.

#5 – Privé-onderneming, mét publieke steun

Deze ontwikkelaar zet zijn schouders ook onder projecten gelegen op zogeheten brownfields. De zwaar vervuilde, voormalige industriële terreinen komen door hun ideale ligging in aanmerking om een nieuwe bestemming te krijgen. Re-Vive saneerde en ontwikkelde een brownfield in samenwerking met de Vlaamse overheid die de aanleg van CO2-neutrale infrastructuur deels subsidieerde.

'Volgend jaar wordt het project definitief opgeleverd. Alle bedrijven op dat terrein zijn CO2-neutraal in hun verbruik. Ze maken collectief groene stroom aan en kopen het saldo groen aan, dit is overigens een voorwaarde voor alle bedrijven op dat terrein.'

#6 – Verandering door groot kapitaal

Zoals gezegd is het werkkader van Re-Vive de aanleg van duurzame wijken met de Duurzaamheidsmeter Wijken als richtgraad. 'Afzonderlijke gebouwen opschalen is volgens ons ontoereikend als je een breder draagvlak voor verandering wil creëren', aldus Bearelle.

'Er bestaan uiteraard ook kleinere initiatieven van individuen, lokale verenigingen en energiecoöperaties die een project opzetten om een gebouw  op te schalen. Deze initiatieven zijn vanzelfsprekend zeer welkom, maar helaas niet groot genoeg om een daadwerkelijke verandering in te zetten op maatschappelijk niveau. In een enkele woning kan je wel een warmtepomp en zonnepanelen plaatsen, maar daar stopt het.'

Met vijftien wijken in ontwikkeling heeft Re-Vive het potentieel om op grotere schaal te werken. Dankzij hun toegang tot kapitaal kunnen Bearelle en zijn team deze broodnodige ecologische opwaardering tot een goed einde brengen.

#7 – De rol van de overheid

Ondanks de hoogdringendheid van het verminderen van het CO2-verbruik, is er een gigantisch tekort aan sensibilisering van het brede publiek. 'Eigenlijk is dit een taak voor de overheid. Er zijn voldoende burgerinitiatieven die de politiek tegen de schenen schoppen en proberen wakker te schudden om het voortouw te nemen, omdat dat net de rol is van een overheid,' stelt de CEO.

Fiscale incentives vormen een zeer krachtig drukmiddel. Wie investeert in energievriendelijke uitrustingen, zou kunnen beloond worden met fiscaal voordelige maatregelen. Wie daarentegen geen rekening houdt met CO2-uitstoot, zou een fiscale sanctie kunnen krijgen.

Het grote probleem in België is dat de fiscaliteit versnipperd is over verschillende bevoegdheden, met even verschillende regelgevingen.

Daarom pleiten ze bij Re-Vive voor een Convenant van Duurzame Wijken waarin ontwikkelaars werken vanuit het holistische canvas van de Duurzaamheidsmeter en niet vanuit een microkader van allerlei lokale regels. Zulke regelluwe zones afbakenen biedt een mogelijke oplossing voor het ontwikkelen van binnenstedelijke wijken.

#8 – Wie krijgt een zitje rond de tafel?

Op de vraag wat het verschil is tussen Re-Vive en andere spelers uit de sector, luidt het antwoord: 'Vergeleken met klassieke projectontwikkelaars, zitten er bij ons meer mensen rond de tafel en dat is ons niet opgelegd, het is een bewuste keuze. Het zit in ons DNA om integraal en holistisch te  ontwikkelen op een platform van duurzaamheid dat heel breed is. We hebben gezien dat we, net door die weg in te slaan, zeer snel gegroeid zijn. Omdat we het anders aanpakken, hebben we naast mooie winstcijfers als bedrijf ook talent kunnen aantrekken.'

Net omdat Re-Vive een bedrijf met winstoogmerk is, heeft het gemakkelijker toegang tot kapitaal.  Daar is volgens Bearelle geen tekort aan. Deze investeringen komen hoofdzakelijk van families en anderen die, naast het financiële aspect, ook maatschappelijke en economische meerwaarde zoeken.

#9 – Dromen, denken? Doen!

Omdat er al zo veel inkt over gevloeid is, pleit Bearelle ervoor te stoppen met denktanks en stuurgroepen. 'Aan goede ideeën geen gebrek. Het komt er nu op aan deze ideeën uit te voeren', aldus Bearelle.

Van alle vragen die sinds jaar en dag gesteld worden lijkt de architect de meest relevante over de rol van de overheid. 'Wat doet de overheid hiermee? Zet ze de voorstellen van de talrijke denktanks effectief om in een nieuw beleid?'

#10 – Terug naar de stad

De grote uitdaging, waar zowel de transitiearena als de Vlaamse Bouwmeester aan werken, is het voorstedelijke verkavelingsplan. 'Het is hoog tijd dat we komaf maken met solitair wonen. We moeten afstappen van lintbebouwing en werken naar een stedelijk model met meer verdichting, zowel in gemeenten als steden,' vindt Bearelle.

Wanneer de bevolkingsdichtheid verhoogt zonder in te boeten aan kwaliteit, krijgen ontwikkelingsprojecten een goede densiteit die ervoor zorgt dat de CO2-uitstoot op grotere schaal daalt. 'Er is een wezenlijk verschil tussen een passiefwoning in de stad en eentje in buitengebied. Wat je CO2-voetafdruk betreft, ben je veel klimaatvriendelijker in de stad.'

De vrees van heel gezinnen is het gebrek aan groen en kindvriendelijke ruimten in de stad en daarom verkiezen ze nog te vaak een woonst in de voorstad. Met voldoende aandacht voor openbare ruimte en aangename pleinen is het zeer aangenaam vertoeven in de stad.

Volgens de medeoprichter van Re-Vive moet de nadruk liggen op de meerwaarde van een stedelijke omgeving, zodat mensen deze verandering beschouwen als een leuke oplossing en niet als een vermindering van hun levenskwaliteit.

Over 50 jaar is het vijf over twaalf

Wat houdt de meerderheid tegen om eindelijk de nodige maatregelen te treffen die de CO2-uitstoot kunnen inperken?

'Iedereen weet dat het vijf voor twaalf is, maar omdat de effecten van de koolstofdioxide die we vandaag uitstoten, zich pas over 50 jaar manifesteren, ontbreekt het urgentiegevoel. De negatieve effecten zullen pas over 2 à 3 generaties voelbaar zijn. Om te voorkomen dat onze kinderen en kleinkinderen de klos worden, moeten we nu oplossingen aanreiken en deze ook echt toepassen.


 

Contacteer ons! To enjoy The Good Life

HOE KEN JE RE-VIVE?